Snelle Coq au vin

30 november -0001


Zelfreflectie. Op de Pabo kennen ze dit woord van binnen en van buiten. Vanaf dag één willen ze dat je alles reflecteert. Hoe vaak je op stage naar de wc gaat en waarom hoort er nog net niet bij, maar zo ver gaat het wel. De eeuwige reflecties zo noemen wij ze op de Academische pabo. Want waar je bij de Pabo te veel doet, zo hebben ze op de universiteit nog nooit van reflecteren gehoord. Daar kennen ze de term aanmodderen heel goed.

Ze laten ons altijd lekker aanmodderen, totdat we buiten de richtlijnen gaan aanmodderen dan grijpen ze in en leren ze ons zwemmen in de modder. Heerlijke bezigheid kan ik je vertellen, die veel stress oplevert. Maar op één of andere manier hebben we geleerd om te schipperen in deze twee begrippen. Doordat we zo goed kunnen reflecteren, zorgen we ervoor dat we in het aanmodderen, dat we constant reflecteren op waar we nu eigenlijk mee bezig zijn. Op één of andere manier stellen we hierdoor altijd de goede vragen op het juiste moment, zodat we de juist informatie krijgen om vervolgens weer lekker aan te modderen. Ik merk dat nu ik weer aan colleges ben begonnen en ik uit de controleerbare wereld ben waar ik zelf controle had, alles mocht beslissen en onder begeleiding op mijn bek mocht gaan, ik weer even moet wennen aan het aanmodder principe. 

Niks geen duidelijkheid vooraf aan het college, nee na die tijd gaan we wel even vertellen wat er belangrijk is. Juist, dus die 10 minuten dat ik een beetje aan het wegdromen was en aan het nadenken was over wat we zouden gaan eten heb ik dus misschien wel iets cruciaals gemist. En je gaat ons nu vertellen dat we twee gehele boeken moeten lezen plus 3 artikelen? Ah toen speelde de zelfreflectie op. Staan hier wel genoeg studiepunten voor? Kan ik aanmodderen of moet ik vanmiddag gelijk aan de bak. O we moeten ook een opdracht doen. Juist, oke prima. O dit moet in groepjes aha, goed dat we zelf de cursusdocumenten lezen. Naast dat we ons zelf constant reflecteren, reflecteren we ook andere. De docent van het vak waar ik het nu over heb gebruikt een bijzonder stilte teken. Eerst dacht ze ons stil te krijgen door één keer in haar handen te klappen. Persoonlijk dacht ik dat ze in een kleuterliedje zou uitbarsten. Handen omhoog, handen in je zij, wees nu stil en luister naar mij. Helaas gebeurde dit niet, maar wij werden ook niet stil. Daarna ging ze proberen over ons heen te schreeuwen ( het eerste wat je als juf leert, dit is een no go, behalve als je een stem hebt zoals die van ons, waar je mee op de markt kan gaan staan). Ik kreeg naast me al ingefluisterd, dat zij het nooit had overleefd in de LIO groep van de student naast mij. Giechel giechel.

Nadat geloof ik had gezien dat 80% van de studenten besloten had, dat alles vanuit de slides werd opgelezen ( wat veel docenten doen ) en ook alles 3 keer was verteld maar dan in een andere volgorde ( wat ook bijna alle docenten doen) er niet meer serieus geluisterd werd. Persoonlijk vind ik dit altijd heel zielig, maar ik denk dan ook heel hard, Zelfreflectie. Als mijn leerlingen constant door mij heen zouden praten, zou ik me gaan afvragen, één of de stof te makkelijk is of juist te moeilijk, ik niet te begrijpen ben, ik te langzaam of te snel praten of dat ik het onderwerp niet interessant zou vinden. Veel docenten gaan te snel, de stof sluit vaak niet aan bij onze beginsituatie in de zin van te makkelijk of te moeilijk en het wordt saai verteld. Maar ik gok dat docenten net als de studenten aan de universiteit vaak veel aanmodderen en niet zo vaak reflecteren over het proces of product wat ze afleveren. Iets wat ze op het HBO alleen maar doen. Maar vaak is dit zo, wat de ene te veel heeft, heeft de ander te weinig. Dus dat is ook de boodschap van vandaag. Van sommige dingen heb jij te veel, denk aan speciale talenten, maar misschien heeft je buurvrouw hiervan te weinig. Nodig haar dan eens uit en kook voor haar of andersom. Maak gebruik van je eigen en andermans kwaliteiten en wissel ze uit. Niet echt waar het college over ging, maar wel iets wat ik eruit heb opgestoken. 

Voor 4 personen

Ingrediënten

Magere Spekjes
Ui
Knoflook
Bospeen
Tomatenpuree
Kip
Kastanjechampignons
Rode wijn
Kippenbouillon
Rozemarijn
Laurierblaadjes

 

250 gram
1 grote
2 teentjes
1 bos ( 8 wortels )
140 gram
500 gram
250 gram
500 ml
500 ml
15 gram
3 blaadjes 

Benodigdheden

Braadpan
Knoflookpers
Champignonborstel
Snijplank
Scherp mes
Maatbeker
Vergiet
Peper&Zout
Rijst voor 4 personen

Bereiding

  1. Pers de knoflook.
    Snipper de ui
    Poets de champignons en snij in plakjes
    Snij de wortel in plakjes en was het zand eraf
    Snij de kip in blokjes en bestrooi met peper en zout
  2. Verwarm de pan op het vuur en bak de spekjes knapperig
  3. Voeg de ui en de knoflook toe en bak deze glazig.
    Voeg nu de wortel toe en bak deze voor 3 minuten mee.
  4. Schep nu de tomatenpuree door de wortel en spekjes 
    Schuif nu alles naar één kant van de pan.
    Voeg de kipblokjes toe en bak deze aan beide kanten wit
  5. Schep nu alles door elkaar en voeg de champignons toe.
    bak deze 3-4 minuten mee.
  6. Voeg nu de rode wijn en de bouillon toe.
    Schep alles goed om en doe de deksel op de pan
  7. Leg de rozemarijn erop en voeg de laurierblaadjes toe.
  8. Laat het nu sudderen voor 15 minuten of totdat de saus is ingekookt en je 2/3 over houdt.
  9. Kook nu de rijst als je het daarmee wil serveren.

Vergeet niet de rozemarijn en de laurierblaadjes te verwijderen voor je het serveert.